De Walhoeve VZW

Een verhaal

‘Het was het laatste hoofdstuk van een lang verhaal’

Een levenstocht van moed en wanhoop, zoeken en niet vinden en uiteindelijk in een pijnlijk mengsel van verdriet, kwaadheid en onmacht toegeven aan het niet meer te vermijden onheil.

Hoewel hij op het schip geboren was, en al die jaren met zijn vader en moeder de zeven wereldzeeën had bevaren, voelde de jongen dat het ditmaal echt fout ging.

De laatste weken waren ze, welke richting ze ook uitvoeren, niet kunnen ontkomen aan de dreigende gitzwarte lucht. De golven werden metershoge muren die het schip deden kraken in al zijn voegen. Hij zag zijn ouders wanhopig aan het stuur draaien, een hopeloze poging hun schip drijvende te houden, tot het onafwendbare gebeurde. Een laatste felle golfbeuk tegen de romp en het schip brak middendoor. Met een reusachtige zwaai kwam de jongen in het ijskoude, wilde water terecht en werd als een willoze speelbal meegesleurd door de woeste golven, terwijl hij zich krampachtig vasthield aan een groot stuk wrakhout. Van zijn ouders geen spoor… Hij was zo wanhopig en verdrietig dat hij niet eens wist of de zoute smaak in zijn mond van het zeewater of van zijn tranen kwam. Na een tijd die eindeloos leek, luwde de storm, en totaal uitgeput en verkleumd spoelde hij tenslotte aan, aan de wal van een totaal onbekende maar veilig uitziende haven.

Door zijn hoofd flitste de gedachte of hij niet beter met het schip vergaan was, in plaats van hier in een totaal vreemde wereld te belanden. En in een reflex klampte hij zich nog vaster aan het wrakhout dat hem al die tijd drijvende had gehouden.

Net toen zijn gedachten even zwart werden als de invallende nacht, voelde hij een geruststellende hand op zijn schouder. Een warme deken werd om zijn verkleumde schouders gelegd, en een vriendelijke stem stelde hem zo goed mogelijk gerust.

De volgende morgen opende hij na een onrustige nacht vol kolkende dromen zijn ogen en vroeg zich af waar hij was aangeland. De lekkere geur van brood drong zijn neus binnen, en hij hoorde een aantal nieuwsgierige stemmen door mekaar klinken. Naast zijn bed lag het enige wat hem restte, het grote stuk wrakhout dat hem hier naartoe had gedreven.

Dit was het huis van de man van de wal, ‘De walhoeve’. Blijkbaar gebeurde het vaker dat onfortuinlijke jongens en meisjes hier aanspoelden en er een onverwacht, warm onderkomen vonden, voedsel en kleren, en bovenal de tijd en de ruimte om hun schip te bouwen, en als het hun tijd was opnieuw uit te varen, hun levensdoel tegemoet.

Tot die tijd leerden ze samenzijn en alleen zijn, anderen helpen met de bouw van hun boot, en hulp aanvaarden bij hun eigen werkzaamheden. Ze leerden wat het betekent te delen en zorg te dragen, om samen vreugde en verdriet te ervaren. In ‘De Walhoeve’ konden ze opgroeien tot volwaardige zeelui op de wereldzeeën, in hun veilige zelfgemaakte boot, waarin het stuk wrakhout waarmee ze aanspoelden, sierlijk was verwerkt… .