De Walhoeve VZW

Methodieken

We kunnen de methodieken samenvatten onder vijf grote pijlers: leefgroepwerk, gezinsbegeleiding, individuele begeleiding, studiebegeleiding en context – en netwerkhantering.

Naargelang de vraag en de werkvorm komt het accent meer of minder op een bepaalde pijler te liggen.

CONTEXTBEGELEIDING

We zijn er van overtuigd dat er pas echt fundamenteel kan worden gewerkt met kinderen als ook de ouders bij de begeleiding betrokken zijn.
De gezinswerking vormt een belangrijke pijler in de werking en wordt, telkens opnieuw, op maat en op tempo van het gezin uitgewerkt. Er zijn trouwens belangrijke verschillen tussen gezinnen.
Samen zorg opnemen voor de kinderen kan zich vertalen in verschillende werkvormen. We werken hierin vraaggestuurd.
Onder vraaggestuurd werken begrijpen we:

- de behoefte of vraag van de jongere en zijn/haar context staan centraal

- als hulpverlener werken we tijdens het hulpverleningsproces samen met de jongere en zijn/haar context als gelijkwaardige partners, waarbij de verantwoordelijkheid voor het proces wordt gedeeld.

- We proberen niet alleen tegemoet te komen aan de vraag van de jongere en zijn of haar context, maar we gaan ook in gesprek over hun eigen verantwoordelijkheid en hun rol in het hulpverleningsproces

- Omdat de jongere en zijn/haar context eigenaar blijven van hun problemen en de oplossingen, moeten we hun mogelijkheden versterken en hen activeren zelf hun situatie te verbeteren.

Ouders en jongeren participeren in de hulpverlening.

We kunnen wel een aantal uitgangspunten formuleren:

- ouders (of wettelijke vertegenwoordiger) dragen de verantwoordelijkheid voor de opvoeding en voor het welzijn van het kind/de jongere;

- een beroep doen op deze opvoedingsverantwoordelijkheid door hen zo veel mogelijk zorgfuncties zelf (verder) te laten opnemen;

- jongeren groeien het best op in hun eigen leefmilieu indien het de nodige stabiliteit en veiligheid kan bieden (er mag zich bijv. zeker geen acute vorm van mishandeling, verwaarlozing of seksueel misbruik voordoen);

- hulp is het meest efficiënt als de hulp in de eigen leefsituatie kan plaatsvinden. In die context zijn de problemen ontstaan en worden ze bij voorkeur ook opgelost;

- geloof in de positieve mogelijkheden van jongeren, ouders en steunfiguren;

- deze krachten aanspreken om eigen oplossingen te ontwikkelen;

- structurele participatie en een expliciet gezamenlijk engagement zijn onmisbaar;

- de samenwerking is dialooggericht;

- naar verbinding zoeken krijgt voorrang, we willen uitsluiting (op diverse terreinen mogelijk) voorkomen.

 

Mogelijke methodieken:

- vraagverheldering en doelbepaling

- pedagogische ondersteuning in de context / flexiblisering

- overleg- en uitvoeringstafels

- eigen kracht conferenties

- participatie van ouders/context

- video home-training

- training opvoedingsvaardigheden

 

METHODIEKEN VOOR DAGBEGELEIDING EN VERBLIJF

1) Groepswerk

Jongeren leven met anderen in een groep. Het samenleven vormt een oefenterrein in de menselijke omgang: de jongere leert ruzies oplossen en met conflicten omgaan. Hij of zij leert vriendschap sluiten, hij of zij leert  verdraagzaam te zijn. Er zijn regels en afspraken opdat iedereen zich goed zou voelen in de groep. Maar er is ook ruimte om een verkeerde stap te zetten en opnieuw te beginnen waardoor jongeren leren om het anders te doen. Dit groepsgebeuren en het aangename verloop van het dagdagelijkse leven vinden we belangrijk.

Volgende uitgangspunten ondersteunen het groepswerk en vormen het raamwerk van onze methodieken, zowel in dagbegeleiding als in verblijf.

- kleinschaligheid

Hierdoor krijgt de hulpverleningsmethodiek: “het herstel van het gewone” (Prof. Ter Horst) een optimale omgeving.
De dagelijkse gang van zaken vormt de basis van de hulpverlening. Vele activiteiten kaderen hierin en dragen een sterk functioneel karakter zodat bijv. inschakeling bij koken, poetsen, onderhoud.
Ook kiezen we er voor dat de ontspanning op een spontane, vrij natuurlijke manier verloopt om een zelfstandige en zinvolle vrijetijdsinvulling te stimuleren. Dit is niet altijd eenvoudig of vanzelfsprekend. De ervaring leert dat activering en/of structurerende begeleiding bij veel jongeren nodig is.
Wij vinden maatschappelijke integratie belangrijk.

- gerichtheid op relatie-opbouw van alle medewerkers met de jongere

De relatie tussen begeleider en jongere neemt een zeer centrale plaats in.

- aanbod van structuur met respect voor het individu

- aandacht voor sociale vaardigheden

Het groepsgebeuren beschouwen we als een oefensituatie waarin met verschillende gedragingen kan worden geëxperimenteerd, en waar vaardigheden op hun waarde worden uitgeprobeerd. Samen met de jongeren zoeken we naar alternatieve, aangepaste handelswijzen doorheen het samenleven. Dit laatste biedt trouwens tal van situaties (tafelsituatie, groepsdiscussie, taakuitvoering, hulp vragen, …) waarin de jongere kan leren om zich zo te gedragen dat hij of zij aanvaard en begrepen wordt.

Als referentiekader gebruiken we de axenroos van Cuvelier. (Cuvelier F., 1996)

- competenties bevorderen

Het dagelijkse samenleven vereist dat de jongeren zeer veel vaardigheden (leren) beheersen. Tijdens de tweewekelijkse leefcodebijeenkomsten is er een bespreking van hun werkpunten, hun evolutie, is er een beoordeling, en kiezen ze zelf waarin ze de komende periode zullen oefenen.

- inspraak en participatie

Dit krijgt niet enkel vorm in de bewonersvergadering, maar vindt zijn uiting doorheen alle aspecten van de werking.

 

2) Individuele begeleiding

Deze vlag dekt vele ladingen. Hieronder verstaan we de geïndividualiseerde aanpak doorheen het hele hulpverleningsproces. Er kunnen verschillende zaken aan bod komen. We zoeken bijv. naar manieren om hun moeilijkheden zelfstandig te kunnen oplossen. Via de ontdekking van hun eigen opbouwende mogelijkheden verbetert het gevoel van eigenwaarde, en dit komt een realistisch zelfvertrouwen ten goede. Dit gebeurt niet enkel met woorden of gesprekken maar ook met actieve technieken waarbij de jongere aan zichzelf moet werken. Wat de jongere geleerd heeft, kan hij of zij proberen toe te passen in de groep, op school en thuis.
Wanneer er therapie geïndiceerd is, zoeken we in overleg met de verschillende betrokkenen op welke manier dit zal aangepakt worden.

3) Huiswerkbegeleiding

Tijdens het schooljaar besteden we veel aandacht aan de studiebegeleiding. De jongeren maken in kleine groepjes hun huiswerk, en de studiebegeleider kijkt hun opdrachten na en controleert dagelijks de schoolagenda. Jongeren die te kampen hebben met ernstige leermoeilijkheden werken we individueel bij. Uiteraard is er een nauwe samenwerking met de leerkrachten van de school waar het kind/de jongere les volgt.

AAN DOELEN WERKEN VIA PLAN-DO-CHECK-ACT

Hoe we aan doelen werken

 

SAMENWERKING MET HET BREDERE NETWERK

Er bestaat op diverse gebieden samenwerking met externe diensten (uiteraard in overleg met de ouders). Bijvoorbeeld met het oog op een juiste oriëntering qua school– en beroepskeuze en een op elkaar afgestemde uitbouw van de begeleiding.
Met school kunnen er bijv. gezamenlijke afspraken worden gemaakt omtrent de aanpak van een jongere op schools vlak.

Verder ook met diensten voor specifieke observatie en behandeling (bijv. revalidatie, orthopedie), D.G.G.Z., psychiatrie.
Bij nieuwe aanmeldingen gaan we na welke diensten er nog betrokken (geweest) zijn op het respectieve gezin en, indien nodig, op welke manier verder overleg of samenspraak zal worden georganiseerd.

Netwerkhantering houdt in dat we bewust omgaan met de inbreng van anderen in het totale hulpverleningspakket, dat de verschillende acties op elkaar worden afgestemd en dat er regelmatig rond specifieke werkpunten afsprakenkaders en samenwerkingsverbanden worden opgezet.

 

Voor meer informatie verwijzen we graag naar het pedagogisch profiel.