De Walhoeve VZW

Referentiekaders

We integreren volgende theoretische referentiekaders doorheen de diverse werkvormen:
Het systeemtheoretisch denken
Gedragspsychologie
Competentiemodel
Psychodynamisch denken
Nieuwe Autoriteit en Geweldloos Verzet
Axenroos Cuvelier

 

1) Het systeemtheoretisch denken

De systeemtheorie vormt het referentiekader van een aantal therapeutische benaderingswijzen die als gemeenschappelijk doel hebben: het aanbrengen van veranderingen in het functioneren van (partner)relatie- of gezinssystemen. Binnen deze benaderingswijzen worden de problemen van het individu beschouwd in functie van de gestoorde interactiepatronen binnen het gehele gezin.
Stoornissen worden in dit licht niet langer als kenmerken van de persoon maar als deel van disfunctionele relaties tussen delen van een geheel gezien. Zo zich problemen voordoen bij de persoon, dient dan ook steeds worden nagegaan binnen welk geheel van relaties het probleem begrepen kan worden.
Probleemgedrag heeft dus steeds een communicatieve betekenis in een netwerk en impliceert een afstellingprobleem. Een hulpverlener die werkt volgens systeemprincipes zal dan ook letten op de interactiepatronen die in het spel van kracht zijn.
Het starten van een begeleiding binnen de modules verblijf of dagbegeleiding brengt heel wat teweeg in het gezinssysteem. We hebben hier oog voor en, waar mogelijk, vormt dit ook een thema in de begeleiding. In elk geval houden we bij de begeleiding van de jongere steeds rekening met zijn of haar context en proberen we de problematiek ook vanuit deze visie te kaderen.
We zien trouwens heel vaak dat het kind de interactiepatronen die in het gezin van herkomst gangbaar waren of winst opleverden voor het kind, zal herhalen in de leefgroep.
Het kind blijft daarnaast altijd loyaal aan zijn ouders (theorie van Boszormeni-Nagy). We hebben respect voor deze loyaliteit van het kind. Dit uit zich in kleine zaken in de dagdagelijkse werking.
Voor onze medewerkers voorzien we interne opleiding in het contextueel denken en  geraakt het denkkader op deze manier meer en meer geïntegreerd.

 

2) Gedragspsychologie

In de gedragspsychologie gaat men er o.a. van uit dat gedrag dat aangeleerd is opnieuw kan afgeleerd worden, en dat afgeleerd gedrag eveneens opnieuw kan aangeleerd worden. Klassieke en operante conditionering zijn hierbij belangrijk.
Klassieke conditionering is de betekenisvolle verbinding tussen twee stimuli waarop een bepaald handelen volgt.
Operante conditionering is het aanleren van gedrag door een bepaald effect aan een bepaald gedrag te koppelen.
Zowel binnen de modules verblijf als in dagbegeleiding worden verschillende technieken gebruikt. Gedragsmatig werken is in de leefgroep dagdagelijks aan de orde.

3) Het competentiemodel

Dit model sluit volledig aan bij de gedragspsychologie.
Om te werken rond competentievergroting in onze voorziening baseerden we ons op het boek van N.W. Slot en H.J.M. Spanjaard: Competentievergroting in de residentiële jeugdzorg, hulpverlening voor kinderen en jongeren in tehuizen.
Competentievergroting is een visie die impliceert dat het nooit te laat is om hulp te bieden aan jongeren die een problematische ontwikkeling doormaken. De visie benadrukt bovendien dat een behandeling die gericht is op het leren van vaardigheden en het vergroten van mogelijkheden de beste uitgangspunten biedt.
Competentievergroting wordt beschreven als een vorm van hulpverlening voor jongeren en gezinnen met problemen die gericht is op het uitbreiden van hun vaardigheidsrepertoire. Het competentiemodel ligt aan de basis van competentievergroting. Dit model is ontstaan als een reactie op het ‘stoornissenmodel’. Jongeren worden aangesproken op hun mogelijkheden in plaats van op hun ‘stoornissen’.
Competentievergroting zorgt voor een motiverende werking. Competentievergroting richt zich op het versterken van (potentiële) krachten bij de jongere, en spreekt hem/haar daardoor persoonlijk, aan.

In de module ‘verblijf’ werken we met een fasensysteem voor jongeren vanaf het secundair onderwijs.

 

4) Psychodynamisch denken

Wat betreft het psychodynamisch denken, is er vanuit de voorziening – wat bijscholing betreft- jarenlang een samenwerking geweest met Dr. Wilfried Smis. Casussen werden samen met hem bestudeerd en besproken.
Gedragsmoeilijkheden worden in dit kader niet gezien als oppervlakteverschijnselen maar als het gevolg van een diepe, innerlijke nood. Jongeren met gedrags- en emotionele moeilijkheden worden in deze visie gezien als ‘gekwetste’ jongeren. We proberen begrip en inzicht te krijgen in het ontstaan van de emotionele en gedragsstoornis vanuit de trauma’s die het kind te verwerken kreeg/krijgt,  de manier waarop de ontwikkeling is verlopen, de identificatie met de belangrijkste eerste opvoedingsfiguren, enz.

Deze benadering blijft een belangrijke invalshoek. Vanuit het contextueel denken blijven we immers aandacht hebben voor de individuele psychopathologie van de verschillende leden van de context.

 

5) Nieuwe Autoriteit en Geweldloos Verzet

(bron: www.nl.bigv.be)

Opvoedende figuren en jongeren kunnen verstrikt raken in een gevoel van wederzijdse negatieve bekrachtiging . Noch autoritaire noch anti-autoritaire opvoedingssystemen blijken een goede oplossing te bieden voor escalerend negatief gedrag bij jongeren. Kunnen ouders en opvoeders met gevoelens van onmacht omgaan en die overwinnen zonder bestraffend en autoritair te worden?

Nieuwe Autoriteit en Geweldloos Verzet gaan over weerstand bieden aan problematisch gedrag mede vanuit een ondersteunend netwerk – en dit zonder enige vorm van agressiviteit- en over het opnemen van de eigen verantwoordelijkheid. Duidelijkheid en transparantie, een open dialoog, gerichte aandacht maar vooral morele, existentiële en reële aanwezigheid zijn de basiselementen van deze benadering. Nieuwe Autoriteit en Geweldloos Verzet brengen de vereenvoudiging die nodig is om ouders en andere opvoedende figuren een kompas aan te bieden met duidelijke richtingen.

De concepten werden door Haim Omer geïntroduceerd en ontwikkeld. Het zijn basisconcepten, attitudes, “a state of mind” die verschillende pedagogische en therapeutische paradigma’s (systemisch, sociaal interactioneel, …) verbinden en oriënteren.¨

Onderzoek naar problematisch gedrag bij jongeren concentreert zich op oorzakelijkheid, diagnostiek en behandeling. Zeer weinig wordt gezocht naar wat de meest efficiënte tussenkomst is op het ogenblik dat de dreiging  meest acuut is.

Jongeren en opvoeders worden samen aangesproken om escalaties, die verregaande gevolgen, kunnen hebben te voorkomen.

 

6) Axenroos Cuvelier

De axenroos van Cuvelier wordt in de voorziening gebruikt bij de evolutiebesprekingen van de jongeren.
De axenroos biedt een ordening van velerlei vormen van sociaal gedrag door een tiental soorten relationeel gedrag te onderscheiden. Om deze ordening te maken, onderscheidt Cuvelier:

 

1) De relatiewijze
Er zijn zes hoofdrelatiewijzen (die per twee elkaar aanvullen): geven, aanbieden, aannemen, vragen, lossen, houden, aanvechten en weerstaan. Een ax is een relatiewijze in aanleg. Deze zes hoofdrelatiewijzen worden nog meer  geconcretiseerd door de ‘inzet’ en de manier waarop een relatie gestalte krijgt (de ‘kanalen’).

 

2) De inzet in de relatiewijze
Er zijn drie categorieën van materiële en immateriële goederen die in de relatiewijzen kunnen uitgewisseld worden.
a) de inzet: het bijzijn/de persoon
b) zorg: goederen/diensten
c) leiden: informatie/richtlijnen

 

3) Er zijn verschillende wegen waarlangs een relatie tot uitdrukking wordt gebracht: hij onderscheidt zes kanalen.
a) de handeling in de context
b) het gebaar en de mimiek
c) tekeningen
d) de stem (intonatie, volume, toonhoogte, melodie)
e) spreekdaden
f) de tekst
Aandacht voor deze kanalen is belangrijk. Soms geeft men via verschillende kanalen tegelijk vorm aan tegenstrijdige axen.

Observatie in de begeleiding is belangrijk om te achterhalen hoe jongeren zich gedragen in de interactie met de anderen, of er bijvoorbeeld tegenstrijdigheden zitten tussen wat ze zeggen en wat ze doen. De axenroos kan ook gebruikt worden als kader om te beschrijven hoe jongeren met zichzelf omgaan.